Enquête: Nederlanders zijn minder tolerant over transrechten geworden
Geplaatst: 25 jan 2024, 17:46
Trouw:
Een meerderheid van de Nederlanders is tegen de invoering van de transgenderwet. Dat blijkt uit een eerste analyse van het Nationale Kiezersonderzoek Nederland. Ook zijn de ondervraagden conservatiever over transrechten dan in 2021.
Tobiah Palm
25 januari 2024, 16:22
Nederland is minder tolerant geworden als het gaat over transrechten. Dat blijkt uit een eerste analyse van het Nationale Kiezersonderzoek Nederland. Zo is het aantal mensen dat positief is over geslachtsveranderende operaties gedaald ten opzichte van 2021 en zijn er meer mensen die twijfelen over de stelling ‘Er is iets mis met mensen die zich niet man of vrouw voelen’, terwijl ze het er eerst mee oneens waren. Ook is een duidelijke meerderheid van de Nederlanders tegen de invoering van de transgenderwet, waarmee transgender mensen makkelijker het geslacht in hun paspoort kunnen veranderen.
Het Nationaal Kiezersonderzoek – door velen gezien als het meest toonaangevende in Nederland – wordt sinds 1971 rond de parlementsverkiezingen georganiseerd. De onderzoekers stelden in 2021 en 2023 aan dezelfde groep van ruim duizend mensen dezelfde vragen. De resultaten zijn nog niet openbaar, maar één van de hoofdonderzoekers Niels Spierings, hoogleraar sociologie (Radboud Universiteit), heeft al een eerste blik kunnen werpen op de vier kwesties die specifiek over de lhbti+-gemeenschap gaan. Spierings ziet geen sterke verschuiving bij kiezers tegenover homoseksualiteit. De toegenomen intolerantie is vooral gericht op trans-, queer- en intersekse personen.
‘Meer twijfels over transrechten’
Zo is het aantal mensen dat positief is over de stelling ‘Als iemand goed heeft nagedacht over het veranderen van geslacht dan is een operatie een goed idee’ met ongeveer 10 procentpunten gedaald. In 2021 was ongeveer twee derde van de mensen het eens met de stelling, nu is dat nog een kleine meerderheid.
“Opvallend is dat mensen niet per se negatiever zijn over deze minderheidsgroep”, zegt Spierings. In 2023 was ongeveer de helft van de ondervraagden positief over non-binariteit. In 2021 was dat nog 5 tot 10 procent meer. “Die groep zei niet negatief te zijn over non-binariteit, maar zit in het midden.” De hoogleraar legt uit dat er op de stelling ‘Er is iets mis met mensen die zich niet man en niet vrouw voelen’ vijf antwoorden ingevuld kunnen worden. Van ‘heel erg mee eens’ tot ‘heel erg mee oneens’. De groep die in het midden zit, die ‘niet mee eens, niet mee oneens’ invulde, is gegroeid.
Tot slot stelden de onderzoekers ook een vraag over de invoering van de transgenderwet (die is niet vergeleken met 2021, omdat het voorstel er toen nog niet lag). Daaruit bleek dat een kleine meerderheid van de mensen het oneens is met de stelling ‘Mensen moeten vanaf hun zestiende hun paspoort kunnen wijzigen zonder verklaring van een expert’. Rond een kwart is het er mee eens. De wet is na de val van het kabinet controversieel verklaard. De Tweede Kamer moet er nog over stemmen.
Anti-transcampagnes
Freya Terpstra van Transgender Netwerk Nederland herkent de trend die het kiezersonderzoek laat zien. “De haatberichten nemen toe.” Eerder bleek uit onderzoek van weekblad De Groene Amsterdammer in de herfst van 2023 dat het online anti-transgeluid het afgelopen jaar met 67 procent steeg. Die haat en twijfel wordt volgens Spierings waarschijnlijk ingegeven door anti-transcampagnes. Zo hingen een tijdje in abri’s posters met silhouetten van een traditioneel mannelijk en vrouwelijk lichaam − een actie tegen de transgenderwet.
Ook politicoloog Anne Louise Schotel ziet dat wat zij ‘transgenderpaniek’ noemt, is toegenomen. Volgens haar gaat de zichtbaarheid van trans personen, ook in de media, vaak samen met weerstand. Dat ziet ze ook in andere West-Europese landen gebeuren. “En hoe verder weg iemand van de norm is dus geen man of geen vrouw, hoe banger mensen worden. Die angst wordt gevoed door het verhaal van bedreiging. Het is opmerkelijk dat de zelfbeschikking van trans personen ter discussie staat, zelfs in zo’n enquête.”
Daar sluit Terpstra zich bij aan. “Wat hebben mensen te vinden over de operatie van iemand anders?” De twijfel baart haar zorgen. “Twijfelaars doen dat in stilte. Maar ze dragen wel het beleid dat beïnvloed wordt door een luide tegenstem.”